Zondagse kool - 40x60 cm, Olieverf op heel linnen, € 2.250,-,  (Heeft een andere lijst)

De Zondagsrust was een heilig begrip bij ons thuis. Wie zich er niet aan hield kwam in de hel terecht en daar zou je eeuwig branden in het vagevuur. Ik kon dat, als fantasierijk kind, in beelden voor me zien en ik kon me geen ergere verschrikking voorstellen. Ik zag de Kerk ook als een instituut van boze boeken, donderpreken en duisternis. Mijn vader hield zich doorgaans aan dat gebod om Zondags niets te doen, maar soms was het hem ook te gortig en ging hij iets te eten halen van het land of de moestuin. Er moest tenslotte ook gegeten worden en daar kon God geen bezwaar tegen hebben. Dat hij dan ook nog even ging schoffelen, harken, snoeien, etcetera moest God dan maar voor lief nemen. Het zijn herinneringen die ik nu koester. De Zondagsrust zit er bij mij nog steeds ingebakken. Niet dat ik vroom naar de kerk ga en Zondag niets doe, maar ik zal het niet in mijn hoofd halen om op Zondag, bijvoorbeeld, gras te maaien. Lawaai maken is op Zondag nog steeds een taboe.Toen ik eens fotoʼs stond te maken van mijn Axels boeren kostuum moest ik terugdenken aan mijn vader. Ik had een kool in mijn handen voor het avondeten en ineens besloot ik dat eens te gaan schilderen om het voor eeuwig vast te leggen. De Zondagse kool. Een beladen geschiedenis die nog steeds ergens in mijn achterhoofd zit opgeslagen.

Roeland van der Kley

 

In het kort iets over mijzelf.

Al vanaf het moment dat ik besloot om definitief schilder te worden, dat moet ergens in de jaren ’80 zijn geweest, was het me ook duidelijk dat het werk wat ik zou gaan maken klassiek zou zijn en dat ik zou gaan werken vanuit het traditionele atelier. Dat betekent, werken als mijn voorgangers in olieverf op doek of paneel en met alle wetmatigheden uit het verleden. Daarnaast was ik me zeer bewust van mijn taak als kunstenaar om discussies los te gaan maken die door niemand losgemaakt zouden worden. Dat wil niet zeggen dat al mijn schilderijen een stichtend karakter hebben, maar een groot deel daarvan gaat wel degelijk over onderwerpen die overdacht dienen te worden door een zo breed mogelijk publiek. Naar mijn mening is alleen met realisme een dergelijk breed publiek te bereiken. De ontoegankelijkheid van abstractie en contemporary art is slechts toegankelijk voor een kleine groep liefhebbers. Daarmee kun je het grote publiek (lees de gewone man) niet of nauwelijks bereiken. Dat spoor verliet ik al meteen nadat ik tot de slotsom was gekomen dat de academie voor beeldende kunst, die ik toen volgde, niet kon voorzien in mijn toekomstwensen. Mijn wens om realistisch te werken komt ook voort uit de bewondering die ik nu eenmaal heb voor meesters uit het verleden van vóór de introductie van het modernisme, zoals John Singer Sargent, Laurence Alma Tadema en Frans Hals. Maar ook magisch realistische schilders als Dalí, Carel Willink, Pyke Koch en Joop Moesman behoorden tot mijn voorbeelden.

Het behouden huis. 50x120, Olieverf op linnen, 2.850,-

Het eerste waar je aan denkt bij het lezen van dit zinnetje is natuurlijk aan Willem Barentsz en zijn houten kotje op Nova Zembla. Maar in dit geval betreft het een typisch Zeeuws huisje zoals je ooit door heel Zeeland aan kon treffen. Nu zijn die huisjes wat zeldzamer geworden door sloop of ombouw tot garage of schuur. Mensen willen steeds groter wonen en dan vallen dat soort kleine huisjes in ongenade.

Behalve bij mij. Ik wilde al heel lang in zoʼn huisje gaan wonen en in 2015 kreeg ik de kans om er ook echt een te kunnen kopen met wat grond en een prachtig groot atelier in de tuin. Door de jaren heen was er al veel aan dit huisje verknoeid, maar ik ben het nu geheel in de originele staat terug aan het brengen.

Dat betekent dat er ook in stijl gekookt en gebakken kan worden op een originele Rayburn. Een hout en kolen gestookt fornuis waar Ineke een keer pannenkoeken op ging bakken. Op het schilderij draagt ze een Cadzandse manteline. Een prachtig kledingstuk dat deel uit maakt van de Cadzandse dracht. Ze staat met een stapeltje hout voor het fornuis in de moestuin waar de eigen groente geteeld kan worden. Op de achtergrond zie je mijn huisje in de staat zoals ik het destijds kocht. Nu wordt alles wat modern is gesloopt en teruggebracht in de oorspronkelijke staat.

Dorpsgezicht op Hoek - 80x80, Olieverf op linnen. 2.250,-

Van de zomer maakte ik hier al een voorstudie van op locatie. Later werkte ik het uit in het atelier. Het is gezien vanuit de polder en helemaal rechts zie je de kerk en de molen. Toen ik die studie maakte was men aan het werk aan de wederopbouw van onze kerk, die op nieuwjaarsdag 2015 afbrandde. Bouwvakkers hadden toen zoʼn wiebelig hijskraantje waarmee ze bouwmaterialen konden ophijsen. Dat ding had toen een optater van een van de molenwieken gehad van de Windlust en stond sindsdien wat lullig en opgefrommeld tegen de gevel van de kerk aan. De molen had ook schade. Er was een aluminium plaat van een van de wieken afgevlogen. De echte Hoekenezen weten dat en zouden dat moment kunnen herkennen in het schilderij. Een stukje uit de omhoog staande wiek van de molen en het verfrommelde kraantje van de bouwvakkers tegen de gevel van de kerk. Dorpslol. Beneden in de molen zie ik een stuk verfrommeld aluminium liggen. Dat is het stuk wat van de wiek afgeslagen is. Daaraan kun je zien dat het een behoorlijke klap geweest is. De molen draait er niet minder om. Maar als de molen stilgezet wordt gaat dewiek waar het stuk aluminium is afgeslagen automatisch omhoog door de zwaartekracht. Daardoor komt de kapotte wiek boven alles uit te staan zodat iedereen het kan zien.

Het gerucht uit de Bontehondstraat (Hulst) 80x60, Olieverf op linnen, 2.450,-

Het verhaal achter dit schilderij is het verhaal van een samenloop van omstandigheden en wat fantasie. Enige tijd geleden liep ik, samen met collega Jeroen Quirijns, door Hulst. We waren de voorbereidingen aan het treffen voor onze expositie bij KrAAn en gingen even lekker lunchen bij de haven. Daar vlak bij staat een prachtige muur die me intrigeerde. Het is de muur die de tuin, achter het museum ʻDe vier ambachtenʼ, omsluit. Daarachter het half vervallen koetshuis en al dit fraais ligt aan een wat verborgen straatje. De Bontehondstraat.

Ik besloot die muur te gaan fotograferen om daar later iets van te kunnen gaan schilderen. En terwijl ik met mijn camera aan de slag ging liep er een mooi meisje door de Bontehondstraat die daar duidelijk liep te flaneren. Het was zoʼn meisje dat wel wist dat ze mooi gevonden werd, maar daar zelf nog een beetje aan twijfelde. Thuis had ze waarschijnlijk al uren voor de spiegel gestaan om over die twijfel heen te komen. Vervolgens ging ze op pad. Niet door een drukke winkelstraat, waar velen zich aan haar konden vergapen, maar uitgerekend door dat achteraf steegje waar nooit iemand komt. Behalve dan een maffe kunstenmaker met een camera die daar een muur ging staan fotograferen. Ze liep achter me langs en eer ik het door had was ze al weer weg.

Ik had dus geen foto van het mooie meisje maar van een oude muur. De combinatie van al deze elementen hield me die dag flink bezig. De muur werd bijzaak, maar niet onbelangrijk. Het meisje maakte het verhaal. Een verhaal van overwinning van verlegenheid, of zo iets. Ik vond het zoʼn mooi gegeven dat ik het ging schilderen. Ik fantaseerde ongeveer zoʼn meisje erbij.

Haar verlegenheid en schroom overwinnend in haar lange, zwarte, jurk.

Aardappeloogst  60x60, Olieverf op linnen, 2.150,-

Hoe blij kun je zijn met een ladingaardappelen uit je moestuin? Een heel jaar lang eet ik die van mijneigen oogst. Dat gaat er net zo aan toe als 100 jaar geleden. Aardappelen worden hier nog wel op nostalgische wijze geoogst tijdens een oogstdag of boerendag. Dan komen de oude gereedschappen en kleding uit de kast en kan iedereen nog even genieten van hoe het ooit was. En dat heb ik in dit schilderij verwerkt.