Hendrik van Veenendaal

zeelandschilderijen

Na zijn opleiding bij Gerrit van ít Net in Amsterdam en later op de Academie te Rotterdam, waar Klaas Gubbels zijn docent was, ontdekte hij het schilderen als een subtiele uiting waarin je van binnenuit een wereld schept, die vertrouwder wordt naarmate er meer werk is ontstaan maar nooit zo ongrijpbaar, dat de noodzaak verdwijnt om haar in een nieuw schilderij wat dichter te benaderen.

Hij ontdekte ook dat de zorg van de verf, de aandacht voor vorm, kleur en handschrift, de concentratie weerspiegelt waarmee je als schilder het thema tracht te verbeelden.

 

Wie de landschappen van Hendrik van Veenendaal ziet, weet dat het hem niet gaat om een naturalistische weergave. Hij put regelmatig uit de natuur; daar gebeuren dingen die je niet kunt bedenken. Maar door het weglaten wat herkenbaar is, geeft hij het landschap de vrijheid terug en maakt hij het tot een gebeurtenis.

 

Het werken laat ruimte voor toeval en improvisatie. In de olieverven zijn na een losse schets -de fijne spetters herinneren er nog aan - enkele licht-donkerpartijen de basis voor de compositie. Laag voor laag brengt Van Veenendaal dan glacerend kleurvlekken op, die vervolgens weer van het doek worden geschraapt. Zo banen heldere, transparante vormen zich een weg over het beeldvlak. De schilderijen zien er uit alsof ze moeiteloos ontstaan, vol beweging en natuurlijke spanning. Tegelijkertijd komen ze over als een hecht gebouwde compositie waarin de genuanceerde verftoetsen evenwichtig samengaan met ritmische, driftig neergezette lijnen.

 

In al zijn werk geeft Van Veenendaal ruimte aan de veranderende gezichten van het landschap.

De krachten waarmee hij zijn composities laadt, weerspiegelen echter niet alleen de dynamiek van de natuur. Ze verbeelden tevens een scala aan stemmingen, die de beschouwer rechtstreeks raken.

†††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† †††††††††††††††† ††††††††††††††††

Nico Out

Kunstcriticus